Op sport wedden kunt u in België op drie heel verschillende plaatsen: aan de balie van een wedkantoor, in een dagbladhandel tussen de kranten en tijdschriften, of online. De regels voor sportweddenschappen in België verschillen per plaats, want elk van die drie valt onder een eigen vergunning van de Kansspelcommissie (KSC). Twee regels gelden overal: sinds 1 september 2024 moet u 21 jaar zijn, en wie via EPIS is uitgesloten, kan bij geen enkele Belgische vergunninghouder wedden.

Achter die eenvoudige samenvatting zit een systeem dat de voorbije twee jaar sterk is veranderd, en voor de dagbladhandel is het op dit moment zelfs niet helemaal af. Dit artikel zet op een rij wie weddenschappen mag aanbieden, wat u als speler moet kunnen aantonen en welke regels al wet zijn en welke nog ontwerp. Het is geen juridisch advies.

Waar mag u in België op sport wedden?

Het vertrekpunt staat in de wet van 10 januari 2010, die weddenschappen in de Belgische kansspelwet heeft opgenomen. Een weddenschap is daar een kansspel “waarbij elke speler een inzet inbrengt en waarbij winst of verlies wordt opgeleverd die niet afhangt van een daad gesteld door de speler, maar van de verwezenlijking van een onzekere gebeurtenis”. Een voetbalmatch, een wielerkoers of een tennisfinale is zo’n onzekere gebeurtenis.

De hoofdregel is streng geformuleerd: “Behoudens de uitzonderingen bepaald in § 5, is het verboden weddenschappen aan te nemen buiten een kansspelinrichting klasse IV.” Die vaste kansspelinrichting klasse IV is wat in de volksmond een wedkantoor heet, een permanente ruimte die duidelijk is afgebakend en waarin weddenschappen worden geëxploiteerd. Daarnaast bestaat een mobiele kansspelinrichting klasse IV, die tijdelijk wordt opgesteld bij een evenement.

De uitzonderingen zijn er voor de dagbladhandel, die weddenschappen als nevenactiviteit mag aannemen, en voor het internet, waar alleen een aanbieder met een aanvullende vergunning F1+ weddenschappen mag aanbieden. Wedkantoor, dagbladhandel en website zijn dus drie verschillende plaatsen met drie verschillende vergunningen.

Het aantal wedkantoren is begrensd. Een koninklijk besluit van 27 april 2018 verlaagde het maximum aantal vaste kansspelinrichtingen klasse IV van 1.000 naar 600. Het gaat om een maximum: hoeveel wedkantoren er vandaag effectief open zijn, zegt het besluit niet.

Wie mag weddenschappen aanbieden: F1, F2 en F1+

Wie weddenschappen wil inrichten, heeft een vergunning klasse F1 nodig. Dat is de vergunning van de eigenlijke inrichter, de partij die de weddenschappen organiseert. Het maximum aantal F1-vergunninghouders wordt door de Koning bepaald, zodat het aantal inrichters begrensd blijft.

Een vergunning klasse F2 is iets anders: ze laat toe om weddenschappen aan te nemen “voor rekening van de houder van een vergunning klasse F1”. Het wedkantoor of de dagbladhandel waar u uw weddenschap afgeeft, werkt dus altijd voor een F1-houder, ook al staat er een andere naam op de gevel. De aanvullende vergunning F1+ ten slotte is de online versie. De wet laat de KSC toe om aan een houder van een vergunning A, B of F1 “maximaal één aanvullende vergunning” toe te kennen, respectievelijk A+, B+ en F1+; zonder F1 is er dus geen F1+.

Voor wie wedt, komt het erop neer dat elke legale sportweddenschap in België uiteindelijk bij een F1-vergunninghouder terechtkomt, ongeacht of u aan een balie of op een scherm wedt. Welke partijen een vergunning hebben, controleert u het best op de website van de Kansspelcommissie zelf, niet op de site of het affiche van de aanbieder. Hoe die vergunningen in het geheel van de wet passen, staat in het overzicht van de Belgische kansspelwet en de vergunningen van de Kansspelcommissie.

Wedden in de krantenwinkel: wat geldt er nu?

Sinds de wet van 7 mei 2019 mag een dagbladhandelaar “weddenschappen op sportevenementen en op paardenwedrennen, bij wijze van nevenactiviteit” aannemen, op voorwaarde dat hij een vergunning F2 heeft. Weddenschappen aannemen in een ruimte waar alcohol wordt geschonken, mag niet, en windhondenrennen vallen buiten wat een dagbladhandel mag aanbieden. Het woord nevenactiviteit is daarbij geen detail: de dagbladhandel moet in de eerste plaats een krantenwinkel blijven.

Wat een nevenactiviteit precies is, werkte een koninklijk besluit van 17 februari 2022 uit. Het besluit en het verslag aan de Koning daarbij legden onder meer vast dat de weddenschappen niet meer dan 20 % van de jaaromzet mochten uitmaken, dat de inzetten beperkt waren tot 250.000 euro per jaar, dat er hoogstens vier terminals mochten staan en dat weddenschappen alleen tussen 6 en 20 uur werden aangenomen. Die regels golden tot de Raad van State het besluit vernietigde. Volgens de federale regering ging het besluit verder dan de wet toeliet, omdat het in feite herdefinieerde wat de hoofdactiviteit van een dagbladhandelaar is.

Het gevolg is een overgangstoestand. In juli 2026 meldde de Ministerraad dat dagbladhandelaars daardoor momenteel geen nieuwe F2-vergunning kunnen aanvragen en een bestaande vergunning ook niet kunnen verlengen. Tegelijk keurde de Ministerraad een ontwerp van nieuw koninklijk besluit goed, dat de nevenactiviteit en de voorwaarden opnieuw moet omschrijven en eerst voor advies naar de Raad van State gaat. Wat dat ontwerp precies zal bepalen, is nog niet bekendgemaakt.

Voor wie in de krantenwinkel wedt, betekent dat concreet: een dagbladhandel mag alleen weddenschappen aannemen met een F2-vergunning, bestaande vergunningen kunnen voorlopig niet worden verlengd, en de oude voorwaarden van 2022 zijn geen geldend recht meer. Het nieuwe kader is ontwerp, geen wet.

Vanaf 21 jaar, met identificatie en EPIS

Sinds 1 september 2024 geldt voor sportweddenschappen een minimumleeftijd van 21 jaar, in het wedkantoor, in de dagbladhandel en online; de wet van 7 mei 2024 trok de grens voor weddenschappen op van 18 naar 21 jaar. Voor de toegang tot een wedkantoor staat het uitdrukkelijk in de kansspelwet: toegang is “verboden voor personen jonger dan eenentwintig jaar”. Laat een aanbieder toch iemand te jong wedden, dan “kan de commissie beslissen dat de integrale inzet aan de speler toekomt”. Voor loterijspelen gelden nog andere leeftijden; wat per spel geldt, staat in het artikel over welke leeftijd geldt voor welk kansspel.

Dezelfde wet van 2024 verplicht de aanbieder om spelers te identificeren en in EPIS (Excluded Persons Information System) na te gaan of ze geen toegangsverbod hebben. Dat een wedkantoor naar uw identiteitskaart vraagt, is geen wantrouwen maar een wettelijke plicht. Het Grondwettelijk Hof oordeelde op 16 april 2026 in arrest nr. 45/2026 dat het “redelijk verantwoord” is dat de EPIS-controle geldt voor de wedkantoren, de renbanen en de dagbladhandels.

Wie zich via EPIS heeft laten uitsluiten, kan dus ook aan de balie niet wedden. Merkt u dat wedden meer tijd of geld kost dan u wilt, dan kunt u gratis praten met S.O.S. Gokken op 0800 35 777. In Vlaanderen is ook De DrugLijn bereikbaar op 078 15 10 20, en op Gokhulp.be kunt u anoniem en gratis online begeleiding krijgen.

Op welke wedstrijden mag niet gewed worden?

Niet elke gebeurtenis mag het voorwerp zijn van een weddenschap. De kansspelwet verbiedt “een weddenschap in te richten omtrent een gebeurtenis of activiteit die strijdig is met de openbare orde of de goede zeden”, en ook weddenschappen op een gebeurtenis waarvan de uitslag al bekend is, zijn niet toegelaten. De wet van 7 mei 2019 voegde daar een verbod aan toe op weddenschappen “omtrent een activiteit waarbij de meerderheid van de deelnemers minderjarig zijn”.

Daarnaast heeft de Kansspelcommissie een eigen bevoegdheid: “De commissie kan weddenschappen verbieden indien het eerlijke verloop van het evenement niet kan worden gegarandeerd.” Zo kan de commissie optreden wanneer er twijfel bestaat over de integriteit van een wedstrijd. Voor paardenwedrennen bestaat bovendien een afzonderlijke regeling in de wet, met eigen voorwaarden voor onderlinge weddenschappen en weddenschappen op Belgische en buitenlandse koersen.

Online wedden bij een Belgische vergunninghouder

Online mag alleen een houder van een aanvullende vergunning F1+ weddenschappen aanbieden, en dat is altijd een partij die ook een F1-vergunning heeft. Op een Belgische wedsite gelden dezelfde beschermingsregels als op een online casino met vergunning: u registreert zich en wordt geïdentificeerd, de aanbieder controleert EPIS, en er geldt een standaard speellimiet van 200 euro per week per website, vastgelegd bij koninklijk besluit van 19 juni 2022. Storten met een kredietkaart mag niet.

Promoties zoals een “gratis weddenschap” laat de wet bij een Belgische vergunninghouder niet meer toe: sinds de wet van 2024 mogen vergunninghouders spelers geen geschenken geven, ook geen gratis speldeelnames. Wie op een Belgische wedsite zo’n aanbod ziet, heeft een goede reden om kritisch te kijken.

Vergund of niet: wat als een wedsite geen Belgische vergunning heeft?

Een buitenlandse wedsite kan er professioneel uitzien en toch geen Belgische vergunning hebben. Artikel 4, § 2 van de kansspelwet verbiedt “eenieder … deel te nemen aan een kansspel” wanneer de betrokkene weet dat het om een exploitatie gaat die niet vergund is. De Consumentenombudsdienst wijst erop dat een speler op een illegale goksite “een overtreding begaat en sancties riskeert”, en dat de dienst bij een geschil met zo’n site “niet kan tussenkomen”.

De controle is eenvoudig en ligt bij u. De Kansspelcommissie publiceert een lijst van goksites die ze laat blokkeren, en op haar website staat ook wie wel een vergunning heeft. Wat die vergunning u als speler oplevert, staat in de uitleg over wat een vergunning van de Kansspelcommissie betekent.

Reclame en sponsoring in de sport

Sinds 1 september 2024 geldt in België een algemeen verbod op reclame voor kansspelen, ook voor weddenschappen; het Grondwettelijk Hof bevestigde dat verbod in 2025. Voor sponsoring van professionele sportclubs loopt nog een overgangsregeling: een koninklijk besluit van 27 februari 2023 laat uitzonderingen toe tot 31 december 2027, en vanaf 1 januari 2028 is ook die sponsoring verboden. In augustus 2026 klaagde de Kansspelcommissie bij VRT NWS de achterpoortjes in de wet op gokreclame aan. Meer daarover staat in het artikel over het verbod op gokreclame en sponsoring.

Regels voor sportweddenschappen in België: wat vastligt en wat nog ontwerp is

Een deel van de regels voor sportweddenschappen ligt vast in de wet: de drie vergunningen F1, F2 en F1+, de minimumleeftijd van 21 jaar, de identificatie en de EPIS-controle in wedkantoren, dagbladhandels en online. Andere delen zijn nog in beweging. Voor de dagbladhandel is het nieuwe koninklijk besluit een ontwerp dat eerst langs de Raad van State moet, en volgens de Ministerraad kunnen dagbladhandelaars intussen geen nieuwe F2-vergunning aanvragen of een bestaande verlengen.

Ook het Grondwettelijk Hof heeft termijnen gezet. Het Hof vernietigde de uitzondering op de EPIS-controle voor cafés, maar liet de huidige regeling nog gelden tot uiterlijk 31 december 2027, zodat de wetgever tijd heeft om ze aan te passen. Voor online loterijspelen gaf het Hof de wetgever tijd tot 31 december 2026. Plannen om de kansspelwet te moderniseren en het toezicht te hervormen zijn aangekondigd, maar zijn op dit moment voorstellen en geen geldend recht.

Wie wil weten of een weddenschap onder Belgisch toezicht valt, heeft daarom aan één vraag genoeg: heeft de aanbieder een vergunning van de Kansspelcommissie? Alles wat daarna komt, van de leeftijdscontrole tot de speellimiet, volgt uit het antwoord op die vraag.

Veelgestelde vragen

Vanaf welke leeftijd mag u in België op sport wedden?

Sinds 1 september 2024 moet u 21 jaar zijn, en dat geldt voor het wedkantoor, voor de dagbladhandel en voor online weddenschappen bij een Belgische vergunninghouder. Daarvoor lag de grens voor weddenschappen op 18 jaar. De aanbieder moet uw leeftijd controleren en u identificeren voordat u een weddenschap kunt plaatsen.

Kunt u nog wedden in de krantenwinkel?

Ja, bij een dagbladhandel met een vergunning F2 mag dat, als nevenactiviteit en op sportevenementen en paardenwedrennen. De regels voor die nevenactiviteit worden wel opnieuw uitgewerkt: het besluit van 2022 is vernietigd, en voorlopig kunnen dagbladhandelaars geen nieuwe F2-vergunning aanvragen of een bestaande verlengen.

Wat is het verschil tussen een vergunning F1, F2 en F1+?

Met een vergunning F1 richt een onderneming zelf weddenschappen in. Een vergunning F2 laat toe om weddenschappen aan te nemen voor rekening van een F1-houder, in een wedkantoor of een dagbladhandel. De aanvullende vergunning F1+ is nodig om online weddenschappen aan te bieden en wordt alleen aan een F1-houder toegekend.

Moet u uw identiteitskaart tonen in een wedkantoor?

Ja. Sinds de wet van 7 mei 2024 moet de aanbieder spelers identificeren en in EPIS nagaan of ze geen toegangsverbod hebben. Het Grondwettelijk Hof vond het in 2026 redelijk verantwoord dat die controle geldt voor wedkantoren, renbanen en dagbladhandels. Wie is uitgesloten, kan er dus niet wedden.

Hoe weet u of een wedsite een Belgische vergunning heeft?

Kijk op de website van de Kansspelcommissie, niet op de site van de aanbieder zelf. De KSC vermeldt welke aanbieders een vergunning hebben en houdt ook een lijst bij van goksites die ze laat blokkeren. Een Belgische wedsite heeft altijd een aanvullende vergunning F1+, en die hoort bij een F1-vergunning.

Moet u belasting betalen op winst uit sportweddenschappen?

Winst uit toegelaten kansspelen en weddenschappen is voor een gewone speler in de regel geen belastbaar inkomen; de administratieve commentaar bij het wetboek van de inkomstenbelastingen noemt weddenschappen op paardenkoersen uitdrukkelijk. De belasting op spelen en weddenschappen betaalt de aanbieder. Voor winst bij een aanbieder zonder Belgische vergunning geeft dit artikel geen uitsluitsel.

Bronnen