Wat kunt u doen als iemand uit uw omgeving blijft gokken en zelf geen stap zet? In België kunt u iemand laten uitsluiten van gokken: als belanghebbende derde vraagt u bij de Kansspelcommissie (KSC) met een gemotiveerde aanvraag een toegangsverbod aan. De KSC hoort eerst de speler, die zich mag laten bijstaan, en beslist daarna zelf. Die weg is langer dan een vrijwillige uitsluiting.

Dat verschil is belangrijk. Een uitsluiting op vraag van een derde treft iemand die er zelf niet om gevraagd heeft, en daarom verloopt ze als een procedure met hoor en wederhoor, niet als een formulier dat automatisch tot een verbod leidt. Dit artikel begint bij wat u vandaag al kunt doen en legt daarna uit hoe de aanvraag werkt, wat er met de speler gebeurt en hoe lang een uitsluiting geldt.

Nu met iemand praten

  • S.O.S. Gokken: 0800 35 777, gratis
  • De Druglijn: 078 15 10 20, anoniem, voor alle vragen over gokken
  • Gokhulp: online begeleiding, gratis en anoniem

Eerst praten: kan de persoon zich zelf laten uitsluiten?

Ja, en dat is volgens de Kansspelcommissie ook de weg die u best eerst probeert. Op het formulier voor een aanvraag door een derde schrijft de commissie letterlijk: “De Kansspelcommissie (KSC) raadt u daarom aan om eerst te proberen om de persoon met een gokverslaving te overtuigen om zich vrijwillig te laten uitsluiten.” De reden staat er meteen bij: een aanvraag door een derde duurt langer en is complexer dan een vrijwillige uitsluiting door de speler zelf.

Wie zich vrijwillig laat uitsluiten, zet die stap zelf en hoeft niet eerst een procedure af te wachten waarin twee partijen worden gehoord. Hoe dat in de praktijk verloopt, staat in het artikel over zich vrijwillig laten uitsluiten via EPIS. Een gesprek daarover is zelden eenvoudig, zeker niet als er al spanningen zijn over geld of vertrouwen, en het helpt om zo’n gesprek vooraf met een hulpverlener voor te bereiden.

Of het gokgedrag van iemand al een probleem is, hoeft u ook niet alleen in te schatten. Een hulpverlener, bijvoorbeeld bij een Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW), of uw huisarts kan samen met u bekijken wat u ziet en wat een volgende stap kan zijn.

Soms lukt dat gesprek niet. Voor die situatie heeft de wetgever een tweede weg voorzien.

Wie kan iemand laten uitsluiten van gokken?

Iedere belanghebbende derde kan een aanvraag indienen. De wet van 7 mei 2024, die de kansspelwet van 7 mei 1999 wijzigde, noemt in artikel 54, § 3, 4° uitdrukkelijk de “personen met een probleem van gokverslaving en voor wie, op verzoek van een belanghebbende derde, de commissie een uitsluiting heeft opgelegd”. De mogelijkheid zelf bestaat al sinds de wet van 10 januari 2010.

Wie precies als belanghebbende geldt, omschrijft de wet niet. Het formulier van de Kansspelcommissie vraagt naar uw band met de persoon en geeft als voorbeelden een partner, een kind, een ouder of een vriend. Volgens de Kansspelcommissie moet u wel kunnen aantonen dat u een persoonlijk belang hebt bij het toegangsverbod. Volgens VRT NWS kan wie zich zorgen maakt over een familielid, een vriend of een kennis een aanvraag indienen voor die persoon.

Een opgelegde uitsluiting geldt volgens de gewijzigde wet voor casino’s en speelhallen, voor wedkantoren en weddenschappen en voor kansspelen en weddenschappen die vergunde aanbieders online aanbieden. Twee uitzonderingen verdienen aandacht: volgens het Grondwettelijk Hof moet de wetgever de controle via EPIS voor speelautomaten in cafés uiterlijk tegen 31 december 2027 regelen, en voor de online spelen van de Nationale Loterij tegen 31 december 2026.

Naast de uitsluiting op vraag van een derde voorziet de kansspelwet sinds 2010 ook een uitsluiting van personen van wie het verzoek tot collectieve schuldenregeling toelaatbaar werd verklaard. Dat gebeurt zonder aanvraag van een naaste.

Zo dient u de aanvraag in

De procedure staat niet in de wet zelf, maar in het koninklijk besluit van 21 juni 2011, dat een nieuw artikel 3/1 invoegde in het koninklijk besluit van 15 december 2004 over de toegang tot kansspelinrichtingen. Volgens dat besluit bestaat een aanvraag uit vier elementen.

  1. Een aangetekende zending, per post of als elektronisch aangetekende zending, gericht aan de Kansspelcommissie.
  2. Uw motieven: waarom u als naaste om een toegangsverbod vraagt.
  3. Een nadere beschrijving van het gokprobleem: wat u vaststelt, sinds wanneer en met welke gevolgen.
  4. Eventuele stukken die uw beschrijving staven, als u die hebt.

De Kansspelcommissie stelt daarvoor een formulier ter beschikking. In de versie van juli 2026 vult u uw eigen gegevens en die van de speler in, beschrijft u uw band met de persoon en geeft u aan of die kansspelen in de reële wereld of online kansspelen speelt. U voegt ook een kopie van beide zijden van uw eigen identiteitskaart toe. Volgens het formulier stuurt u het per e-mail of per aangetekende post terug naar de Kansspelcommissie. Op haar website biedt de commissie daarnaast een elektronisch formulier aan: u ondertekent de aanvraag digitaal met uw identiteitskaart of met de hand en verstuurt ze via het contactformulier van de commissie.

In dossiers als deze valt vaak hetzelfde op: een aanvraag die alleen vaststelt dat iemand te veel gokt, zegt de commissie weinig. Het besluit vraagt niet voor niets om een “nadere beschrijving”. Concreet omschrijven wat u ziet, hoe lang het al duurt en welke gevolgen het heeft, weegt meer dan stellige conclusies. Stukken zijn geen voorwaarde om de aanvraag in te dienen, maar ze kunnen uw beschrijving ondersteunen.

Download het formulier alleen van de website van de Kansspelcommissie zelf: oudere versies circuleren nog online, met een verouderde omschrijving van wat de uitsluiting dekt en van hoe u de aanvraag verstuurt. Bewaar een bewijs van verzending. Volgens de commissie ontvangt u na uw aanvraag een ontvangstbevestiging.

Wat gebeurt er na uw aanvraag?

De speler wordt gehoord voordat er iets beslist wordt. Het koninklijk besluit bepaalt dat de Kansspelcommissie de betrokken speler uitnodigt om zijn verweermiddelen naar voren te brengen, en dat die speler het recht heeft zich te laten bijstaan door een raadsman. VRT NWS vatte het zo samen: de commissie beoordeelt de aanvraag en luistert naar de verhalen van beide partijen.

Reken er daarom op dat de persoon over wie het gaat van de aanvraag op de hoogte wordt gebracht. Een uitsluiting achter iemands rug om is in deze procedure niet mogelijk, en of de commissie uw naam aan de speler meedeelt, regelt het besluit niet.

Wat de Kansspelcommissie echt controleert, is of er een probleem van gokverslaving is. Het besluit zegt dat de commissie een toegangsverbod oplegt “na vaststelling van het probleem van gokverslaving”, en die vaststelling doet ze zelf, op basis van uw aanvraag en van wat de speler aanbrengt. Een aanvraag leidt dus niet automatisch tot een uitsluiting. De beslissing wordt aangetekend meegedeeld aan de speler en aan u. Hoe lang de behandeling duurt, staat niet in het besluit; dat kan tijd vragen.

Legt de commissie een toegangsverbod op, dan wordt het opgenomen in EPIS (Excluded Persons Information System), het systeem waarmee vergunde aanbieders vóór het spelen nagaan wie geen toegang mag krijgen. Een goksite zonder Belgische vergunning raadpleegt EPIS niet. Meer over de bescherming van spelers in België leest u op de pagina over verantwoord spelen.

Hoe lang geldt de uitsluiting en kan ze worden opgeheven?

Een uitsluiting op vraag van een derde kan pas na verloop van een jaar worden opgeheven, en alleen op verzoek van de speler, met een aangetekende zending aan de Kansspelcommissie. Ook dan volgt eerst een verhoor waarin de speler zich kan laten bijstaan. Voor u als aanvrager is één bepaling belangrijk: de commissie brengt u op de hoogte van het verzoek tot opheffing en van haar beslissing, en volgens de Kansspelcommissie krijgt u de gelegenheid om uw standpunt kenbaar te maken.

Bij een vrijwillige uitsluiting ligt dat anders. Die kan volgens het koninklijk besluit van 15 december 2004 na een termijn van minimum drie maanden worden opgeheven, met een aangetekend schrijven van de speler zelf.

Vrijwillige uitsluitingUitsluiting door een derde
Wie vraagt aan?De speler zelfEen belanghebbende derde
Hoe?Online of schriftelijkMet motieven, aangetekend of elektronisch
Speler gehoord?Niet van toepassingJa, met raadsman
Opheffing mogelijkNa minimum drie maandenNa een jaar, na verhoor
Aanvrager verwittigd?Niet van toepassingJa

Hoe het opheffen van een eigen uitsluiting in de praktijk verloopt, leest u in het artikel over een vrijwillige uitsluiting opheffen. Of u als aanvrager uw eigen aanvraag of een opgelegde uitsluiting later kunt intrekken, regelt het besluit niet uitdrukkelijk; ook daarvoor is de Kansspelcommissie het aanspreekpunt.

Hulp voor uzelf als naaste

Wie zich zorgen maakt over het gokken van een partner, een kind of een ouder, draagt vaak zelf een zware last, en die last verdwijnt niet met een aanvraag bij de Kansspelcommissie. Of u nu overweegt iemand te laten uitsluiten van gokken of nog twijfelt, u hoeft niet te wachten tot de speler zelf hulp zoekt om voor uzelf hulp te vragen.

Bij S.O.S. Gokken kunt u gratis terecht op 0800 35 777. In Vlaanderen kunt u met vragen over gokken anoniem terecht bij De Druglijn op 078 15 10 20. Gokhulp biedt gratis en anonieme online begeleiding, en voor een behandeling kan de speler terecht in een centrum voor geestelijke gezondheidszorg (CGG). Ook een CAW of uw huisarts kan met u bekijken wat u in uw situatie kunt doen. Een overzicht van alle mogelijkheden staat op de pagina hulp bij gokverslaving in Vlaanderen.

Dit artikel is geen juridisch of medisch advies. Bij twijfel over uw situatie kunt u terecht bij een hulpverlener of bij de Kansspelcommissie.

Veelgestelde vragen

Kunt u uw partner laten uitsluiten van gokken zonder dat hij of zij het weet?

Nee. Volgens het koninklijk besluit van 21 juni 2011 nodigt de Kansspelcommissie de speler uit om zijn verweermiddelen naar voren te brengen, eventueel met een raadsman. De speler wordt dus op de hoogte gebracht van de aanvraag. Of de commissie daarbij de naam van de aanvrager meedeelt, staat niet in het besluit.

Wie mag iemand laten uitsluiten van gokken?

Een belanghebbende derde, zegt artikel 54, § 3 van de kansspelwet. De wet omschrijft dat begrip niet verder. Het formulier van de Kansspelcommissie noemt als voorbeelden een partner, een kind, een ouder of een vriend. De commissie beoordeelt in elk dossier zelf of er een gokprobleem is dat een uitsluiting rechtvaardigt.

Welke bewijzen moet u bij de aanvraag voegen?

Het besluit vraagt uw motieven, een nadere beschrijving van het gokprobleem en eventuele stukken die dat staven. Stukken zijn dus geen voorwaarde om de aanvraag in te dienen. Een concrete beschrijving van wat u vaststelt, sinds wanneer en met welke gevolgen, zegt de commissie wel meer dan een algemene vaststelling.

Hoe lang duurt een uitsluiting die door een derde is aangevraagd?

De speler kan pas na verloop van een jaar vragen om de uitsluiting op te heffen, met een aangetekende zending aan de Kansspelcommissie. De commissie hoort de speler dan opnieuw voordat ze beslist. Hoe lang de behandeling van de oorspronkelijke aanvraag duurt, is niet vastgelegd.

Wordt u verwittigd als de speler de uitsluiting wil laten opheffen?

Ja. Het koninklijk besluit bepaalt dat de Kansspelcommissie de belanghebbende die om het toegangsverbod verzocht, op de hoogte brengt van het verzoek tot opheffing. Ook de beslissing over de opheffing wordt aan de speler en aan de aanvrager meegedeeld.

Waar kunt u zelf terecht als u zich zorgen maakt over iemands gokgedrag?

Bij S.O.S. Gokken op 0800 35 777 of, in Vlaanderen, anoniem bij De Druglijn op 078 15 10 20. Gokhulp biedt gratis online begeleiding. Een CAW of uw huisarts kan met u bekijken wat u als naaste kunt doen, ook als de speler zelf nog geen hulp zoekt.

Bronnen